Marieke Coppens

September 2009

Marieke Coppens wankelt niet meer.

Door Lucette ter Borg

Ze was onzeker. Stamelde, lachte veel, maakte gehaaste bewegingen – alsof de toeschouwer vooral niet moest denken dat het iets voorstelde wat ze liet zien. Ik zat op het provisorische atelier van de jonge kunstenaar Marieke Coppens (1980). Ze zat op het Sandberg Instituut en samen bekeken we het werk dat Coppens de afgelopen twee, drie jaar had gemaakt. Er waren gestileerde foto’s, registraties van performances, video-installaties. Marieke Coppens trad daarin op. Maar zo zenuwachtig als ze in de beslotenheid van de vier atelier-muren was, zo zeker oogde ze in de performances en zo zeker maakte ze gebruik van een beeldtaal die confronterend was en brutaal.
Ze nam vrouwelijkheid en het vrouwelijk verlangen naar romantische liefde op een misselijkmakende manier op de hak door voor de camera rozen te eten totdat ze moest overgeven (in Puking Roses For // Romance -2008). Ze liet me foto’s zien van een uitgewoonde opslagruimte: hier, aan de Amsterdamse Spuistraat waar het mede door haar opgerichte kunstenaarsintitiatief het Kattenbak Collectief resideerde, fotografeerde ze zichzelf in steeds wisselende outfits en settings. Het resultaat was nieuwsgierigmakend en vervreemdend: Coppens figureerde als excentrieke, mysterieuze en sexy jonge vrouw tussen de brandblussers, auto’s en ander slingerende garage-spullen. Op de beste momenten van dit performance-project zag je een glimp Cindy Sherman voorbij komen, de Amerikaanse performance-kunstenaar, fotograaf en filmmaakster die al meer dan de helft van haar leven speelt met begrippen als identiteit en seksualiteit. Marieke Coppens’ werk riep dezelfde sensaties op. Haar werk was beloftevol maar toch nog niet helemaal af en volgroeid. Daarvoor waren de ensceneringen soms te slordig en te gehaast in elkaar gezet.
Maar toen werd alles anders.
Op Coppens’ afstudeertentoonstelling in de Nederlandsche Cacaofabriek in Helmond blijkt dat Coppens een volwassen performance-kunstenaar is geworden. In haar installatie Pre-Remains, dat een mengeling is tussen video, beeldhouwkunst en performance, koppelt ze een groot gevoel voor esthetiek aan dramatische zeggingskracht. Met mierenvlijt laat Coppens heden en verleden in elkaar overlopen, droom en werkelijkheid in elkaar verglijden, kracht en zwakte elkaar afwisselen.
De verduisterde grote zaal en de kelder van het kunstenaarsinitiatief zijn gevuld met mysterieuze roomwitte textiele vormen. De kijker ontwaart vier reusachtige ‘huiden’ van paarden, door middel van touwen bevestigd aan een hoog plafond. De paarden hebben geen benen om mee te rennen, hun achterhanden zijn bovendien in een kruisvorm aan elkaar verbonden. Ze hebben geen ogen om mee te zien, ze hangen bewegingloos aan het plafond als één groot gebaar van verstilde kracht.
Beneden in de kelder vertoont Coppens een zinderende videofilm. Daar is de camera gespitst op paardenhoeven die vonken slaan uit stenen. Langs de video-projectie hangen kledingstukken: archaïsche mantels en laarzen, in dezelfde kleur roomwit en hetzelfde materiaal uitgevoerd als de paardenhuiden boven.
Wat heeft het één met het ander te maken? Wat heeft de onderhuidse dreiging die uitgaat van de stampende paardenhoeven te maken met de pakken die bewegingloos aan kapstokken hangen?
Pas als de performance begint, komt het antwoord. Dan blijkt dat de grote zaal is veranderd in iets dat lijkt op een offerplek, een eredienst. Vier levende paarden zijn in de paardenhuiden geholpen en staan met in de archaïsche pakken gestoken begeleiders in het donker de bezoeker op te wachten. Wit licht op tegen zwart. Er klinkt hoefgetrappel, gesnuif, voetstappen, een korte hinnik. De bezoekers zoeken beschutting bij de muren, instinctief: wat als een van deze mythische wezens op hol dreigt te slaan in deze afgesloten ruimte?
De dreiging is voelbaar. De agressie is verstild. De kracht van de paarden ingetoomd, maar voor hoelang?
Niet voor lang. Want dan blijkt welke destructie vier maanwitte paarden kunnen aanrichten als ze in het donker tegen elkaar op moeten trekken. Marieke Coppens is erin geslaagd om dat geweld in schoonheid te vangen.